BS Klim Op Zandbergen

Verrijkingsklas

Gebruikte materialen en methodes in de verrijkingsklas

In de begeleiding van hoog- en meerbegaafde leerlingen zijn er, volgens het model van Renzulli en Mönks, drie belangrijke pijlers: de school, de peers en het gezin. 

De verrijkingsklas zorgt voor een extra aanbod voor leerlingen die niet voldoende hebben aan de binnenklasdifferentiatie (school). Leerkrachten kunnen doorheen het schooljaar leerlingen aanmelden voor de verrijkingsklas. 

De samenstelling van de groepen gaat over de klasgrenzen heen en zorgt zo voor peer-to-peer contact (peers). Via een portfolio, rapporten, infoavonden en oudercontacten wordt er teruggekoppeld naar de ouders (gezin). 

In de verrijkingsklas wordt ingezet op verschillende domeinen: sociaal-emotionele ontwikkeling, leren leren, ICT, verdieping via groepswerk en verdieping in de klas. Onderstaande opsomming is niet volledig.  Er worden ook kleine projecten georganiseerd of werkbundels gebruikt. Hierbij sluiten we regelmatig aan bij de interesses van de leerlingen of de thema’s die in de klas aan bod komen.

  1. Socio-emotionele ontwikkeling

 

‘Zeno en Co’ (kleuter, 1e en 2e graad lager)

Zeno is een hoogbegaafde jongen die op school tegen een aantal problemen aanbotst. Faalangst, vervelen, anders zijn, frustratie, angsten en stress worden voorgesteld door monstertjes die doorheen het verhaal groter worden, en na de goede aanpak van de juf en moeder van Zeno weer kleiner worden. De kinderen reflecteren welke monstertjes ze zelf al eens tegenkomen tijdens een dagje op school. Dit is voor hen veel makkelijker dan het benoemen van de emotie die voorgesteld wordt door het figuurtje. De situaties die Zeno tegenkomt sluiten zeer goed aan bij de leefwereld van de leerlingen. 

De leerlingen leren ook verwoorden naar de leerkracht en de ouders van welke monstertjes ze last hadden de voorbije dag.  Zo kan er makkelijker ingespeeld worden op de behoefte van de leerlingen.

‘Wat als je teveel piekert?’ (kleuter, 1e en 2e graad lager, 3e graad lager verkorte versie) – 6 sessies

In het werkboekje over piekeren wordt allereerst nagegaan wat ‘zorgen’ zijn en hoe een kind zorgen kan ervaren (ze worden voorgesteld als tomaten aan een plantje die hard groeien zolang je er aandacht aan geeft).  Zorgen zitten niet enkel in je hoofd, maar je kan ze ook voelen op bepaalde plaatsen in je lichaam (stress). De kinderen denken na over hun grootste zorg en wie in hun directe omgeving ook wel eens zorgen bij zich draagt.  Per hoofdstukje maken de kinderen een tekening of schrijven ze een zinnetje op uit hun eigen ervaring.

Er worden drie strategieën aangeleerd om met zorgen om te gaan: containment, externalisatie en tegenstrijdige belangen.
Bij containment leren de kinderen hun zorgen te verpakken zodat ze begrensd worden en niet meer blijven groeien.  Concreet maken ze een mentale zorgenkist en plannen ze thuis zorgentijd in. Bij deze zorgentijd speelt de ouder een belangrijke rol (deze wordt grondig geïnformeerd bij de aanvang van deze sessies).  Het kind leert om vervelende gebeurtenissen en gevoelens opzij te zetten tot hij/zij er met de ouder in vertrouwen over kan spreken.  

Door zorgen te externaliseren zal het kind zorgen leren zien als iets wat naast hem/haar bestaat.  Daardoor kan het kind er makkelijker afstand van nemen, ze beter controleren en ze objectiever beoordelen. 
Tot slot bevat het hoofdstuk tegenstrijdige belangen een aantal afleidingstechnieken om de piekergedachten weg te leiden.  Bezig zijn met leuke, positieve dingen verdringt de aandacht aan slechte gedachten. Op dit moment worden er ook ontspanningstechnieken aangeleerd.

Praatprikkels (als tussendoortje – alle groepen)

Praatprikkels zijn kaartjes met filosofische vragen op. Elke vraag kan meerdere filosofische thema’s oproepen zoals waarheid, tijd, vriendschap, identiteit, gelijkheid, vrijheid en nog veel meer. Het maakt niet uit bij welk thema het gesprek uitkomt. Elk kaartje bevat een illustratie die de vraag ondersteunt en vaak ook al aan het denken zet. In de verrijkingsklas voelen kinderen zich vrij om hun gedachten te delen. Ze leren ook omgaan met verschillende meningen van de andere leerlingen. Dat op zich is vaak ook een werkpunt tijdens deze sessies en ook een vorm van filosoferen.

FiloSofie ‘Waarom leef ik’ (alle groepen)

Elk boekje van deze reeks behandelt telkens een kernvraag en een aantal deelvragen.  De vragen zijn zo opgesteld dat ze stimuleren om zelf na te denken zonder te veel suggestie te geven over mogelijke denksporen.

Lekker in je vel spel (als tussendoortje – alle groepen)

Deze eq-coaching kaarten zijn telkens voorzien van een afbeelding, een gevoel, een korte omschrijving van dit gevoel en oplossingsgerichte vragen. De teksten zijn op kindermaat en houden rekening met de principes van geweldloze communicatie.

  1. Leren leren

Mindset (kleuter en eerste graad aangepaste versie, tweede en derde graad werkboek Talentenlab)

We werken met de map ‘Mindset’ van het Talentenlab waarin de mindsettheorie van Dweck op kindermaat werd uitgewerkt (7-12 jaar).  Voor de niet-lezers hebben we een sterk visueel ondersteund alternatief uitgewerkt. In een reeks van 7 lessen leren de kinderen wat mindset is, welke soorten er bestaan, naar welke mindset ze zelf het meeste grijpen en hoe ze hun eigen mindset kunnen aanpassen.  Leren omgaan met fouten, faalangst, te hoge verwachtingen, komt allemaal aan bod. 

Deze basis wordt doorheen alle opdrachten en sessies in de verrijkingsklas gebruikt. We spreken/moedigen de leerlingen ook aan met groeitaal en stimuleren hen met groeicomplimenten om tot een mindsetshift te komen. We gebruiken tussendoor ook de mindset kaarten van ‘Platform Mindset’.

Het fantastische, elastische brein (JoAnn Deak, Bazalt – kleuter, eerste en tweede graad)

Dit is een toegankelijk prentenboek dat de maakbaarheid van het brein schetst, op basis van de mindsettheorie van Dweck. Stap voor stap krijgen de leerlingen een inkijk in hoe de hersenen werken en hoe het komt dat we de hersenen kunnen trainen. Er is een aanvullende lessenreeks van Bazalt die het gebruik van dit boek in de klas ondersteunt. 

Denkprofielen Sternberg (alle groepen)

We ontwikkelden een lessenreeks over de drie soorten denken: analytisch, praktisch en creatief. Bij alle groepsopdrachten (zie verder bij verrijking) wordt hierover gereflecteerd (metacognitie). Iedereen heeft bepaalde voorkeuren, maar om tot een goed einde te komen bij een opdracht moet je leren om de drie profielen te combineren. Je moet ook leren inzien dat elk profiel zijn voordelen heeft.  In groepswerk botst het vaak net met zij die de voorkeur hebben voor een ander profiel. Door dit inzicht te verwerven gaat het groepswerk steeds beter. Iedereen kan een zinvolle bijdrage leveren, via de denkprofielen kun je elkaar makkelijker tegemoet komen en bewust leren van elkaar (daar waar jij te weinig gebruik maakt van een bepaald profiel kan je leren van de ander).

Mindmapping (naar ‘leren.Hoe?Zo!)

Het gebruik van een mindmap heeft verschillende voordelen. Je leert je gedachten ordenen en dat is erg belangrijk bij leerlingen die overal verbanden zien maar soms in de lessen geen overzicht kunnen bewaren omdat er bottom up wordt gewerkt ipv topdown. 

BEKNOPT (maar bevat toch heel veel informatie)
STRUCTUUR (je hebt een totaaloverzicht en je legt verbanden tussen de       verschillende sleutelwoorden)
INFORMATIE TOEVOEGEN (je kan makkelijk extra info toevoegen)
VERBAAL en VISUEEL (je onthoudt makkelijker de woorden omdat je er een beeld aan hebt gekoppeld)
ACTIEF (terwijl je de mindmap maakt leer je eigenlijk al het grootste deel)
TOETSEN (je kan jezelf testen door stukken af te dekken)
UNIEK (het is je eigen ontwerp, jouw karakter, daarom kan je de zelfgemaakte mindmap het allerbeste onthouden)
LEUK (het is leuk om te maken, leuker dan een tekst uit het hoofd leren)
SNEL aan te leren

  1. ICT

Bee bot online (kleuter)

Bee bot is de ideale tool om de eerste keer kennis te maken met de functie en werking van algoritmes.  We oefenden online met de bee bot op het smartbord (vooruit, achteruit, links, rechts en stop).. 

Ko de Kraker online (kleuter, eerste en tweede graad)

De uitdagingen van Ko de Kraker vragen al meer inzicht dan de Bee bots.  We gingen aan de slag op de I-pads. Elke leerling kan op zijn eigen niveau werken.

Scratch Junior i-pads (kleuter en eerste graad)

Het ontwikkelen van werkende algoritmes zijn een zeer gepaste uitdaging voor hoogbegaafde leerlingen.  Probleemoplossend denken en inzicht komen uitgebreid aan bod bij de lessenreeks van Scratch Junior die we ontwikkelden op basis van de reeks die op de website te vinden is. De kleuters en de leerlingen van de eerste graad leerden in 5 lessen alle tegels gebruiken.

  1. Verdieping via groepswerk

Vooruitwerklab

De opdrachten in het vooruitwerklab werden specifiek voor hoogbegaafde leerlingen ontwikkeld.  Naast het uitvoeren van de opdrachten in groep, ligt de nadruk op metacognitie. Per sessie is er een evaluatie waarop de leerling zichzelf moet scoren op verschillende vlakken zoals samenwerking en bedenken wat hij/zij de volgende keer anders zal doen. 

Eigen gezelschapsspel ontwikkelen

Na de analyse van verschillende spelregels en gezelschapsspellen gingen de leerlingen in groepjes aan de slag om een eigen spel te ontwikkelen.  Dit proces duurde verschillende weken, er moet immers rekening gehouden worden met heel wat factoren. Wat is haalbaar? Hoe kunnen we duidelijke spelregels ontwikkelen?  Hoe zorgen we dat zoveel mogelijk anderen het ook een leuk spel vinden? Hoe maken we het design aantrekkelijk?

Kettingreactie

De leerlingen ontwikkelden in kleine groepjes kettingreacties waarbij ze aan een aantal voorwaarden dienden te voldoen.  Bij het opbouwen van een kettingreactie komen alle denkprofielen van Sternberg van pas. De leerlingen volgden dan ook een stappenplan om tot de beste/creatieve oplossing te komen voor de problemen die ze tegenkwamen bij het ontwerpen en uitvoeren van de kettingreactie. Daarnaast werd ook het doorzettingsvermogen danig op de proef gesteld. 

kapla

In groepsopdrachten met opbouwende moeilijkheidsgraad oefenen de leerlingen ook hier op het combineren van analytisch, praktisch en creatief denken. Van een letter als vlakke figuur, over een dier en een voertuig tot een zelf gekozen historisch gebouw.  Bij dat laatste moeten de leerlingen bovendien informatie verzamelen en voorstellen aan de andere groepen. Hier werd een ICT-les over google-presentaties aangekoppeld. 

Smartgames en logicapuzzels (als tussendoortje)

De smartgames worden op twee vlakken ingezet: ontwikkelen van een growth mindset en het probleemoplossend denken. We halen zeer veel informatie over beide aspecten door observaties wanneer de leerlingen met smartgames werken.  Hoe snel gaan ze door de opdrachten, slaan ze opdrachten over, keren ze terug als het te moeilijk wordt of geven ze het op? 

Rory Story cubes (als tussendoortje – creatief denken)

Je kan op verschillende manieren aan de slag met de verteldobbelstenen.  De voorkeur van de meeste leerlingen gaat uit naar het maken van 1 lang verhaal door elk om beurt een zin te maken met de afbeelding op hun dobbelsteen.  Bij het gebruik van deze stenen kan je mooi de evolutie zien in spreekdurf en creatief denken. Leerlingen die aanvankelijk niet veel durven zeggen blijken vaak hinder te ondervinden van faalangst (ik kan dat niet zo goed als de anderen, wat zullen ze van mijn idee vinden, gaan ze lachen, ….).  De dobbelstenen tussendoor bovenhalen heeft hier duidelijk een positief effect op. Na enkele keren breien alle leerlingen vlot een vervolg aan het verhaal waar ze zelf tevreden over zijn. 

  1. Verdieping in de klas 

Kant-en-klaar Plus (2e en 3e graad)

De leerlingen van de tweede en de derde graad krijgen verrijkingsopdrachten mee naar de klas als vervangend werk wanneer er gecompact wordt. Kant-en-klaar Plus werd specifiek voor hoogbegaafde leerlingen opgesteld. Ze omvat diverse thema’s en binnen elk thema komen verschillende domeinen aan bod.  Zowel taal als wiskunde, wetenschappen en techniek, mens en maatschappij. De leerlingen verbeteren hun werk in de verrijkingsklas zelfstandig aan de hand van de correctiesleutel. Zo leren ze zelf hun eigen werk kritisch beoordelen.